17-04-2007 - natuurrampen
wij hebben het onderwerp natuurrampen gekozen omdat, we het cool vinden en het spreekt ons aan. we willen er graag achter komen waardoor natuurrampen ontstaan en wat natuurrampen allemaal aanrichten en welke natuurrampen er allemaal zijn.
tornado aardbeving vulkaansuitbarsting overstroming
tsunami orkaan
wat is een…
tornado: Een tornado is een hevige storm, veel kleiner dan een orkaan, maar met nog sterkere wervelwinden. De lucht in een tornado wordt door winden in het bovenste deel van de wolk rondgedraaid tot er een draaikolk ontstaat. Als de winden versnellen krijgt de wolk de vorm van een trechter. Onder aan de wolk wordt er meer lucht naar binnen gezogen en de trechter bereikt de grond. De meeste tornado' s bereiken snelheden van 35 tot 65 kilometer per uur, en de schade die zij veroorzaken ligt ongeveer over een breedte van een kilometer en de lengte van ongeveer honderd kilometer. De trechter van een kleine tornado is soms drie meter breed, die van een grote tornado wel honderd keer breder. Net als orkanen vormen tornado's zich langs fronten waar warme, vochtige lucht in aanraking komt met koele, droge lucht. Er vormt zich een onweerswolk, de warme lucht stijgt op, en terwijl steeds meer warme lucht naar binnen raast, begint de lucht te draaien. De draaiende lucht vormt een tornado. Soms vormen zich verschillende kleine tornado's uit een onweerswolk. Een tornado kan ook ontstaan boven water, het water en de nevel wordt opgezogen in de wolken. Dit worden waterhozen genoemd, en hoewel ze meestal niet zo krachtig zijn als tornado's, richten ze toch veen schade aan. De meeste waterhozen hebben een doorsnede van tussen de zes en zestig meter, en soms zijn er wel meer tegelijk. Soms vormt een tornado zich boven een heet, droog gebied en pikt een heleboel rondvliegend stof en zand op. Dit wordt een zandhoos genoemd. Deze stoffige wervelstormen lijken energie te verzamelen uit de hitte op de grond en kunnen 300 meter hoog opstijgen in de lucht. Ze komen veel voor in woestijngebieden. In bepaalde gebieden is er altijd de dreiging van orkanen en tornado's. Maar zelfs als men gewaarschuwd is, is het moeilijk te weten wat voor voorzorgsmaatregelen men moet treffen.
Orkaan:Een orkaan ontstaat door opwarming van het zeewater. Boven opgewarmd water in een zee of oceaan ontstaat waterdamp, die met name in (sub)tropische gebieden een zogenoemde Cumulonimbuswolk kan vormen. Deze wolk heeft een witte kleur en een ronde vorm. Door deze vorm kan de wolk gemakkelijk ronddraaien zodra de wind gaat waaien. Is de wind erg krachtig, dan draait de wolk zo snel rond dat het zich door verschillende luchtlagen heen wormt, en zo een langwerpige vorm, de welbekende slurf krijgt. Doordat de waterdamp condenseert wordt het nog warmer, waardoor de lucht nog sneller stijgt en het dus nog harder gaat waaien. Door de draaiing van de aarde gaat het systeem om zichzelf heen draaien, en ontstaat een tropische storm. Als de windsnelheden boven de 118 km/u uitkomen, is er sprake van een orkaan.Orkanen worden doorgaans beoordeeld op de schaal van Saffir-Simpson er bestaan 5 categorieën Categorie 1: windsnelheden tot en met 152 km/uur; categorie 2: tot en met 176 km/uur; categorie 3: tot en met 208 km/uur; categorie 4: tot en met 248 km/uur; categorie 5: groter dan 248 km/uur.
De verwoestende orkaan Katrina behoorde tot categorie 4 en ook Rita heeft die status inmiddels bereikt.’’Waar komen toch al die namen vandaan?’’ Sinds de Tweede Wereldoorlog worden er persoonsnamen gebruikt om een specifieke storm aan te duiden. Om de beurt krijgt een storm een jongens- en een meisjesnaam, en ook worden de namen op alfabetische volgorde gegeven. Om de zes jaar wordt deze namenlijst herhaald. Uit ervaringen is gebleken dat het gebruik van zulke namen veel minder vaak tot fouten leidt dan het gebruik van ingewikkelde namen waarin bijvoorbeeld lengte- en breedtegraden gebruikt worden. Bij deze getalsmatige namen werden er regelmatig verschillende orkanen metelkaar verward.
vulkaanuitbarsting: Een vulkaan is een gat in de aardkorst, een berg die opgebouwd is uit lava en as, waardoor gesmolten gesteente en andere stoffen naar boven komen. Niet iedere vulkaan is een berg, sommige zijn gewoon een scheur in de aardkorst. In de hele wereld zijn ongeveer 850 actieve vulkanen, waarvan de meeste in en rond de Stille Oceaan te vinden zijn. Jaarlijks komen ongeveer 50 tot 70 vulkanen tot uitbarsting. Onder de aardkorst bevindt zich magma (gesmolten steen). Door de stromingen van deze magma bouwt zich langzaam aan een grote druk op. Wanneer de druk te groot wordt stroomt de magma naar buiten, op het moment dat het boven de aardkorst komt (dus uit de scheur komt of uit de berg stroomt) wordt magma “lava” genoemd. Lava kan een temperatuur bereiken tussen de 600° en 800° C en een snelheid halen van 800 km per uur. Voordat een vulkaan echt tot uitbarsting komt, is er in de buurt onderaards gerommel te horen, vaak gepaard gaand met een enorme rookwolk boven (of beter gezegd vanuit) de krater van de vulkaan. Mensen die in de naaste omgeving van de werkende vulkaan wonen, hebben vaak net genoeg tijd om te evacueren. Wanneer de lava afkoelt wordt het vulkanisch gesteente. Doordat de lava over oude lagen vulkanisch gesteente stroomt wat bij een eerder uitbarsting naar buiten is gekomen, en is afgekoeld, ontstaat er langzaam aan een berg. Dus hoe vaker een uitbarsting, hoe groter de kans op een hoge berg.
Overstroming:Een overstroming is het buiten de oevers treden van rivieren, zeeën of andere wateropslagplaatsen.Men spreekt soms ook van een watersnood, dit is wanneer het water zo veel buiten de oevers treed dat er overstromingen ontstaan. Er is dan vaak ook economische schade en leed bij mensen.Een overstromingen ontstaat als er meer water de grond binnenkomt dan de planten kunnen opnemen. Water kan de grond binnen komen door regens, rivieren, doorgebroken dijken en gesmolten sneeuw. Er zijn 5 verschillende soorten van overstromingen:
1. Periode overstromingen: gebeurt wanneer veel rivieren te veel water hebben.
2. Regen overstromingen: gebeurt wanneer er zeer veel regen op dezelfde plek valt. Deze komen het meest voor in kust regio’s
3. Rivier overstromingen: gebeurt wanneer een rivier meer water heeft dan ze kan hebben. Een rivier die al vaak is overstroomt is de Nijl in Egypte.
4. Kust overstromingen: gebeurt wanneer de vloedgolven zo hoog zijn dat de dijken ze niet meer kunnen houden.
5. Seizoens overstromingen: gebeurt volgens een min of meer vast patroon tijdens bepaalde seizoenen.
Al deze overstromingen ontstaan eigenlijk door hetzelfde, dat is water. Of dat nu water is van gesmolten ijs of gewoon heel veel regen water dat maakt allemaal niets uit. Als er een te groot overschot is dan overstroomt er iets…
tsunami:Tsunami betekent letterlijk vloedgolf. Het woord komt uit het Japans. De huizenhoge golven worden veroorzaakt door een onderzeese aardbeving, vulkaanuitbarsting of door inslagen van meteorieten en kunnen duizenden kilometers vanaf het epicentrum schade veroorzaken.De golven kunnen zich met een snelheid van wel 900 kilometer per uur verplaatsen. Omdat dit niet aan de oppervlakte gebeurt maar diep op de bodem van de zee verliezen de golven bijna geen snelheid. Een tsunami kan wel 1000 kilometer lang zijn en ook duizenden kilometers afleggen. Als de vloedgolf de kust bereikt, neemt de snelheid in een keer heel snel af. Hierdoor ontstaan huizenhoge golven van wel tien meter hoog. Er zijn ook golven gemeten van wel dertig meter of zelfs hoger. Door de enorme kracht komt het water honderden meters het land op. De golven spoelen alles wat op hun pad komt volledig weg.
aardbeving: Gebouwen kunnen instorten, bruggen kunnen in het water vallen, spoorwegen kunnen ombuigen. Een aardbeving kun je dus rustig een natuurramp noemen. In Nederland is nog nooit een grote aardbeving voorgekomen. Dat zal ook nooit gebeuren. Aardbevingen doen zich alleen voor waar platen bij elkaar komen op een breuklijn. (Zo wordt de breuk genoemd die zich in de aardkorst voordoet wanneer de platen aan weerskanten daarvan in verschillende richtingen bewegen) De platen kunnen zich dan in elkaar duwen, uit elkaar glijden of langs elkaar schuiven. Soms kan het zijn dat de rotsen van twee platen in elkaar gaan haken. Door de langzame beweging van de platen neemt de spanning toe. Wanneer de platen losraken komt ook de opgehoopte energie en spanning vrij en veroorzaakt een aardbeving. Over de hele wereld zijn er ongeveer 13.000 per jaar. (dat zijn er 35 per dag!) De meeste zijn zo klein dat je ze niet voelt. Alleen hele gevoelige apparatuur neemt de beweging in de grond waar. Grote aardbevingen komen ongeveer 16 keer per jaar voor. Een hele grote slechts een keer.
Gepost door: mellaut op 17-04-2007 om 12:44
|